Natlakken / Verfspuiten

Om een goed verfsysteem, laksysteem en/of coatingsysteem te kunnen adviseren is het uiterst belangrijk te bepalen wat de omgevingsfactoren zijn van de locatie waar het product ingezet gaat worden. Er moet rekening gehouden worden met de volgende factoren:

  • Vochtigheid en temperatuur(verschillen)
  • UV-straling
  • Chemische blootstelling
  • Mechanische belasting (impact, schuren)
  • Bacteriën en micro-organismen (bij ingraving)

ISO 12944 geeft 6 basiscategorieën met betrekking tot atmosferische corrosie:

Corrosie categorie Voorbeelden van de omgeving

Griekspoor

Coating

Buiten Binnen

C1

Heel laag

  Verwarmde gebouwen met schone atmosfeer zoals kantoren, winkels, scholen hotels. GTC-DTM (H)

C2

Laag

Atmosfeer in geringe mate vervuild, hoofdzakelijke landelijke gebieden. Onverwarmde gebouwen waar condensatie kan optreden bv. Magazijnen, sporthallen. GTC-DTM (L)

C3

Gemiddeld

Industriële en stedelijke atmosfeer met een gemiddeld zwaveldioxide vervuilingsniveau. Gebieden dicht bij de kust met een laag zoutgehalte. Productiehallen met een hoge vochtigheid en enige luchtvervuiling bv. voedselverwerkende fabrieken, wasserijen, brouwerijen en zuivelindustrie.

 

Alle overige Griekspoor Verfsystemen zijn toepasbaar. Afhankelijk van glanseisen en glansvastheid wordt een optimale coating gekozen

C4

Hoog

Industriële gebieden en gebieden dicht bij de kust met een gemiddeld zoutgehalte. Chemische fabrieken, zwembaden, scheepswerven.

C5-I

Heel hoog

Industrieel

Industriegebieden met een hoog vochtgehalte en agressieve atmosfeer. Gebouwen en gebieden met bijna permanente condensatie en een hoge mate van vervuiling

C5-M

Heel hoog

Maritiem

Gebieden dicht bij de kust en in zee met een hoog zoutgehalte. Gebouwen en gebieden met bijna permanente condensatie en een hoge mate van vervuiling.

ISO 12944 hanteert de volgende definitie voor de verwachte levensduur van het coatingsysteem nl. de tijd die verstrijkt tot het eerste noodzakelijke onderhoud. Er worden 3 perioden gedefinieerd:

  • Laag  2 tot 5 jaar
  • Gemiddeld  5 tot 15 jaar
  • Hoog  langer dan 15 jaar

Uiteraard geldt hoe beter alle variabelen onder controle en inzichtelijk zijn (voorbereiding, intermediate/primer coatings, lakkeuze, laagdiktes etc.), hoe beter het coatingsysteem wordt en hoe groter (de voorspelbaarheid van) de levensduur is.

Drie veel gebruikte samenstellingen van basisbestanddelen (epoxy, polyurethaan en polysiloxaan) met hun belangrijkste kenmerken/eigenschappen zijn:

Epoxy

Epoxy heeft een hoge druk- en treksterkte en is hoog slijtvast. Door de vloeistofdichtheid van epoxy wordt het veel toegepast in natte situaties. Het nadeel van epoxy is dat het verkleurt/verkrijt onder invloed van UV-licht. Epoxy coatings worden daarom veel gebruikt als primercoating, of in die situaties waar functionaliteit (waterbestendige coating voor bv. zeecontainers, booreilanden, windmolens etc.) belangrijker is dan kleur- en/of glansbehoud.

Polyurethaan

Polyurethaan (PU) is een copolymeer bestaande uit een hard en een zacht deel. Door de juiste samenstelling ontstaan de beste eigenschappen van beiden. PU kan zowel sterk als tegelijkertijd buigzaam en slijtvast zijn. PU wordt daarom veel gebruikt in o.a. autolakken waar een harde, krasvaste en steenslagbestendige coating nodig is. PU-lakken zijn goed glansbestendig en hebben een lage waterdoordringbaarheid. PU is niet geschikt voor onderwater (of voortdurend nat) toepassingen.

Polysiloxaan

Polysiloxaan combineert de goede eigenschappen van epoxy en polyurethaan lakken. Door de chemische samenstelling zijn lakken op basis van polysiloxaan waterbestendig, krasvast en excellent glans- en kleurbestendig. Een typische toepassing is als coating van dure jachten voor zowel boven als onder de waterlijn.

Een polysiloxaan coating is isocyanaatvrij en hierdoor met significant minder gezondheidsrisico’s te verwerken dan overige coatings.

Bekijk ook ons product

 

Referentieprojecten & Nieuws (toon alleen referentieprojecten)